Verkrijg hier toegang tot exclusieve NVP Website ledencontent.
Iedere psychotherapeut is gehouden aan bestaande wet- en regelgeving en is verplicht deze na te leven.
Het voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit deze verplichtingen beschouwen de meeste mensen niet altijd als plezierig. Toch is het van belang om de dwingende betekenis van wet- en regelgeving, richtlijnen en de beroepscode na te leven.
Het biedt namelijk veiligheid voor cliënten én voor de psychotherapeuten. Het geeft houvast in een veelheid van ethische vragen en dilemma's.
Op het tabblad Achtergrond behandelen we de belangrijkste wetten en regels.
Wanneer een werknemer zich ziekmeldt, treedt de Wet Verbetering Poortwachter in werking met als doel het verzuim van de werknemers goed te begeleiden. Zo moet in week 8 de bedrijfsarts of arbodienst een Probleemanalyse schrijven en een Plan van aanpak. Wanneer bekend is dat de werknemer in behandeling is bij een psychotherapeut, kan de bedrijfsarts besluiten om informatie op te vragen.
De bedrijfsarts is de deskundigen op het gebied van arbeid en gezondheid en verantwoordelijk voor verzuimbegeleiding en re-integratie. De bedrijfsarts kan medische gegevens opvragen bij behandelaren wanneer dit nodig is voor de verzuimbegeleiding. De bedrijfsarts heeft een beroepsgeheim en mag niet alles delen met de werkgever. De werkgever heeft geen recht op medische gegevens.
De cliënt, de zieke medewerker, moet uitdrukkelijke toestemming geven voor het delen van medische informatie. De psychotherapeut maakt vervolgens een eigen afweging wat wel of niet gedeeld wordt met de bedrijfsarts, rekening houdend met de eigen beroepscode en de professionele inschatting of informatieverstrekking bijdraagt aan goede zorgverlening. Wanneer de cliënt erop staat dat de psychotherapeut meer informatie deelt dan de psychotherapeut wil, is het goed om aan de cliënt duidelijk te maken wat de impact kan zijn van de informatieverstrekking. De KNMG en het NIP hebben hiervoor ‘weigeringsbriefjes’ ontwikkeld.
De Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de relatie tussen cliënt en zorgverlener. Een van de onderdelen is het recht van een cliënt op privacy en geheimhouding van de medische gegevens. (Algemene verordening gegevensbescherming AVG).
De Beroepscode voor Psychotherapeuten stelt: Bij het aangaan van de behandeling ontstaat er tussen de psychotherapeut en de cliënt een vertrouwensrelatie waarin een geheimhoudingsplicht jegens derden besloten ligt. (Zie III.1.1. Beroepscode). De psychotherapeut mag de zwijgplicht doorbreken wanneer:
Welke informatie mag de psychotherapeut delen, met toestemming van de cliënt:
Welke informatie mag de psychotherapeut niet delen:
In de praktijk ontvangen psychotherapeuten vragen van bedrijfsartsen die niet beantwoord mogen of kunnen worden. Deels omdat de zwijgplicht dit verhindert, deels omdat de psychotherapeut geen deskundige is op het gebied van werkhervatting.
Dossiervoering is een wettelijke verplichting, vastgelegd in de Wet op Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Volledigheid van het dossier is tevens van belang voor het geval dat een andere hulpverlener de behandeling van een cliënt vanwege plotseling overlijden van de therapeut of om welke reden dan ook moet overnemen. Deze dient dan over voldoende gegevens te kunnen beschikken. In het dossier moeten in ieder geval de basisgegevens opgenomen worden. Bij een psychotherapeutische behandeling gaat het daarbij om de volgende zaken:
- personalia en andere voor de behandeling relevante gegevens;
- de verwijsbrief;
- de door de cliënt gepresenteerde hulpvraag;
- de bevindingen van het klinische interview;
- (hetero)anamnese; - (structurele en descriptieve) diagnostiek;
- gegevens over medicijngebruik;
- een door de cliënt geaccordeerd behandelplan, met daarin:
• een diagnose casu quo een duidelijke omschrijving van de problematiek of stoornis,
• behandeldoel(en), de aanpak casu quo methode om tot het behandeldoel te komen,
• voorlopige frequentie van de afspraken en de te verwachten duur van de behandeling;
- afspraken die met de cliënt worden gemaakt (onder andere over afzeggen afspraken, de betaling, waarneemregeling, enzovoort);
- data afspraken (alsmede e-mail- en/of telefonisch contact tussendoor);
- verslaglegging voortgang en beloop van de behandeling ;
- eventuele latere wijzigingen van (onderdelen van) het behandelplan;
- aantekeningen van gesprekken en bevindingen van bij name genoemde andere hulpverleners die bij de behandeling zijn betrokken;
- informatieverstrekking: vermelden dat en wanneer er een duidelijke omschrijving is gegeven van de behandeling, informatie is gegeven over de eventuele wachttijd en doorlooptijd, de hoofdlijnen van de Beroepscode voor psychotherapeuten, de klachtenregeling, de kosten voor de cliënt, enzovoort;
- door de cliënt gegeven instemming met de diagnose, toestemming voor uitvoering van het behandelplan, toestemming voor eventueel opvragen of verstrekken van informatie en toestemming voor verstrekken van wettelijk verplichte informatie aan de zorgverzekeraar in verband met de vergoeding op basis van de Zorgverzekeringswet;
- gegevens van tussentijdse evaluaties en eindevaluatie;
- gegevens over nazorg en verwijzing;
- afschriften van alle verzonden en ontvangen correspondentie met/over de cliënt.
Een psychotherapeut met een eigen praktijk is wettelijk verplicht een waarneemregeling te treffen. Deze verplichting vloeit voort uit de plicht tot continuïteit van zorg en het kunnen uitoefenen van de wettelijke patiëntenrechten, zoals omschreven in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Vaak is het ook verplicht gesteld in de contracten van de zorgverzekeraars. Een waarneemregeling is er voor vakantieperioden maar bijvoorbeeld ook tijdens ziekte. In het rapport van de inspectie worden waarnemingsregeling en dossieroverdracht genoemd als ontwikkelpunten voor met name kleine praktijken.
In het verlengde van de waarneemregeling moet een vrijgevestigde psychotherapeut schriftelijk regelen waar en door wie zijn dossiers bewaard worden, voor het geval hij door overlijden of een tijdelijke of blijvende absentie niet (langer) in staat is het dossier te beheren. Deze verplichting vloeit voort uit de bewaarplicht, de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg en de wettelijke patiëntenrechten, zoals vastgelegd in de WGBO. In die situatie moeten een of meer vakgenoten de professionele werkzaamheden overnemen dan wel afronden. Tegenover de cliënten en oud-cliënten houdt deze verantwoordelijkheid in dat zij worden geïnformeerd over:
1. het overlijden van de psychotherapeut of een andere reden van beëindiging praktijkvoering zonder dat de psychotherapeut hen daar zelf over heeft kunnen informeren.
2. de plaats waar hun dossiers zich bevinden en met wie zij daarover contact kunnen opnemen;
3. tot wie zij zich kunnen richten om te kunnen worden doorverwezen voor voortzetting van de behandeling.
Bij het aanschrijven van oud-cliënten moet eerst worden nagegaan of zij nog op het adres wonen dat in hun dossier is vermeld. De cliënten zullen in de gelegenheid gesteld moeten worden het dossier op te halen of (aangetekend) toegestuurd te krijgen en zelf te bewaren. Naast hun recht op inzage en afschrift kunnen zij ook kiezen voor een vernietiging van het dossier.
Ook verwijzers, zorgverzekeraars, collega’s in de regio, de regionale inspectie en beroepsverenigingen moeten geinformeerd wrorden over de opvolging of de getroffen regeling inzake de dossiers. Wanneer een behandeling van een cliënt wordt voortgezet door een andere hulpverlener dient het dossier door de aangewezen vakgenoot – met toestemming van de cliënt – aangetekend per post te worden verstuurd aan de nieuwe behandelaar. De bewaarplicht van de vrijgevestigde psychotherapeut gaat dan over op de opvolger.
Als de achterblijvende partner van de psychotherapeut de dossiers in een afgesloten kast bewaart, dient hij of zij een beroep te doen op de psychotherapeut die het beheer voert over het archief om de uitoefening van het inzagerecht te begeleiden. De voorkeur gaat echter uit naar een bewaarplaats in een professionele omgeving die recht doet aan de voorwaarden met betrekking tot het beroepsgeheim en beveiliging van de gegevens.
Iedere vrijgevestigde psychotherapeut is zelf verantwoordelijk om tijdig maatregelen te treffen voor de continuering van zorg die een cliënt van hem mag verwachten. Als bij een overlijden niets vooraf is geregeld, dienen de achterblijvende partner of erfgenamen zich in te spannen om een vakgenoot – bijvoorbeeld de collega(e) met wie een waarneemregeling is getroffen of een collega uit de intervisiegroep – bereid te vinden om deze verantwoordelijkheid op zich te nemen.
Deze regelgeving (2016) is vastgelegd in het document Landelijke samenwerkingsafspraken tussen huisarts, generalistische basis GGZ en gespecialiseerde GGZ.
Er zijn 2 situaties:
-De geheimhoudingsplicht geldt niet ten opzichte van zorgverleners die rechtstreeks bij de uitvoering van de behandelingsovereenkomst betrokken zijn. Dit geldt ook voor vervangers van de psychotherapeut, bijvoorbeeld in het kader van een waarneemregeling. Huisartsen zijn rechtstreeks betrokken indien zij in het kader van de betreffende psychotherapeutische behandeling bijvoorbeeld medicijnen voorschrijven.
- In veel gevallen zijn huisartsen, ook als zij verwijzer zijn, niet rechtstreeks bij de psychotherapeutische behandeling betrokken.
In dit geval is voor de ggz regelgeving van kracht over wanneer en over welke punten overleg met en rapportage aan de huisarts, op voorwaarde dat de cliënt (of wettelijke vertegenwoordigers) hiervoor toestemming geeft (geven).
De rapportage betreft feitelijke informatie zoals contactgegevens regiebehandelaar, diagnose, behandeldoel, gekozen behandelmethode, frequentie behandelcontacten, herstel bereikt en/of nazorg gewenst.
De informatie dient te worden beperkt tot wat voor het doel van de informatieverstrekking noodzakelijk is (art. III.3.1.1 van Beroepscode voor psychotherapeuten).