Verkrijg hier toegang tot exclusieve NVP Website ledencontent.
Voor psychiaters die ingeschreven willen worden in het BIG-Register Psychotherapeut, geldt een vrijstellingsregeling. Psychiaters kunnen in aanmerking komen voor een psychotherapieregistratie op voorwaarde dat de aanvrager voldoet aan de actuele eisen voor de registratie als psychotherapeut. Dit betekent dat de registratie als psychiater niet langer dan 10 jaar geleden is gehaald en de aanvrager aan alle actuele PT-eisen voldoet zowel qua omvang en inhoud van het cursorisch als het praktijkonderwijs. Alle verzoeken lopen via RINO Zuid in samenwerking met RINO Amsterdam.
Vanaf 2022 kunnen zorgverleners in de ggz weer een tolk inschakelen en hiervoor vergoeding aanvragen. Voorheen zat de toeslag voor de inzet van een talentolk verwerkt in de tarieven. Zorgaanbieders die veel cliënten hadden die de Nederlandse taal niet machtig waren, maakten bovengemiddeld veel kosten en konden hierdoor soms niet uit met de tarieven. Dat wordt met de uitbreiding van de toeslag voor de tolk gebarentaal nu opgelost.
Voor meer informatie: NGTV :: Tolken in de GGZ
Ik werk als psychotherapeut in een kleine praktijk. Een van mijn cliënten voldoet niet aan haar betalingsverplichtingen. Nu willen wij deze behandeling gaan stoppen. Mag dat? Welke verantwoordelijkheid hebben mijn werkgever en ik voor de geestelijke gezondheid van deze cliënt? De cliënt is bij aanvang van de behandeling geïnformeerd over de betalingsregels. Er zijn inmiddels meerdere herinneringen gestuurd met het verzoek de rekeningen te betalen. Ook is aangegeven dat ik, wanneer zij niet betaalt, met de behandeling zal stoppen.
Op grond van de WGBO en de Beroepscode voor Psychotherapeuten (art. II.2.1.7) moet de cliënt bij het aangaan van de behandelingsovereenkomst onder meer worden geïnformeerd over de kosten van de behandeling en de daarbij geldende rechten en plichten. Daarbij hoort ook informatie over de gevolgen van het niet betalen van de rekeningen, incasso etc.
Een behandelingsovereenkomst eindigt doorgaans:
Een psychotherapeut heeft niet het recht de behandeling te verbreken tenzij er sprake is van gewichtige redenen (art.II.3.1). Deze gewichtige redenen gelden ook voor instellingen. Een van deze gewichtige redenen is het voortdurend weigeren om de rekening te betalen.
In deze casus heeft de cliënt een behandelingsovereenkomst gesloten met de instelling. De psychotherapeut is de uitvoerder van de behandelingsovereenkomst.
Een psychotherapeut heeft altijd een eigen (tuchtrechtelijke) verantwoordelijkheid. Die geldt ook als de zorginstelling een behandelingsovereenkomst wil opzeggen. Deze verantwoordelijkheid houdt in dat de psychotherapeut zelf een mening vormt over het voornemen om de overeenkomst te beëindigen. Ook moet hij erop aandringen dat de instelling bij de beëindiging van een behandelingsovereenkomst de zorgvuldigheidseisen in acht neemt. Dit betekent:
Wanneer de psychotherapeut het niet eens is met het besluit van de zorginstelling om de behandeling te beëindigen, dan moet hij dat gemotiveerd (schriftelijk) aan de instelling laten weten en proberen het besluit te veranderen. Als dat niet lukt, is het advies om de bezwaren schriftelijk vast te leggen. Het is raadzaam om bij verschil van inzicht met de werkgever het eigen standpunt en overwegingen vast te leggen in het dossier.
Samengevat
Het niet betalen van de rekening is een gewichtige reden om de behandelingsovereenkomst te beëindigen, mits het op een zorgvuldige manier gebeurt.
Vrijgevestigde NVP-leden kunnen gebruikmaken van onze klachtenmogelijkheden. Hiermee voldoet u aan de verplichtingen die de wet stelt.
Sinds 1 januari 2017 is de Wet kwaliteit, klachten en geschillenzorg (Wkkgz) van kracht. en is het verplicht om een onafhankelijke klachtenfunctionaris in te stellen. De wet verplicht daarnaast de aansluiting bij een geschillencommissie die naast klachten, ook claims kan afhandelen.
Werkzaamheden verricht in instellingsverband vallen niet onder de regeling.
Mijn cliënt heeft zijn dossier opgevraagd. Maar daar staan ook gegevens in over anderen. Het gaat om informatie die de cliënt over anderen heeft gedeeld, maar er zitten ook verslagen in van de relatietherapie. Bovendien heeft een familielid mij in vertrouwen informatie gegeven, waarvan de cliënt niet op de hoogte is. Wat mag ik wel en niet aan mijn cliënt tonen en geven? En hoe schoon ik het dossier?
Het dossier is primair bedoeld om de voortgang van de behandeling op een juiste wijze te waarborgen indien nodig verantwoording af te leggen over de behandeling. Het dossier dient altijd bijgewerkt te zijn zodat bij onvoorziene omstandigheden de therapeut vervangen kan worden door een collega. Dit is een verplichting als er sprake is van een behandelrelatie zoals bedoeld is in Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).
Het dossier moet alle relevante gegevens bevatten die betrekking hebben op de behandeling. Een uitzondering hierop zijn persoonlijke werkaantekeningen en verslagen van supervisie- of intervisiebijeenkomsten.
Bij het noteren van gegevens, verstrekt door derden zonder medeweten van de cliënt, is extra zorgvuldigheid geboden. In het dossier behoren alleen die gegevens te zitten die relevant zijn voor de behandeling. Het is belangrijk om aan derden uit te leggen dat de informatie, in vertrouwen gegeven, alleen relevant is voor de behandeling als het met cliënt gedeeld mag worden.Wanneer de therapeut de informatie in het dossier wil vastleggen, dan dient de privacy van derden beschermd te kunnen worden.
Achteraf veranderingen aanbrengen in het dossier is niet toegestaan.
De cliënt heeft recht om het eigen dossier in te zien en/of een afschrift te ontvangen. De gegevens die cliënt mag zien, mogen niet gaan over anderen.De therapeut moet daar bij het inrichten van het dossier rekening mee houden, zodat gegevens afgeschermd kunnen worden bij de inzage, of weggelakt kunnen worden bij het verstrekken van een afschrift. De privacy van derden weegt zwaarder dan het belang van cliënt om deze gegevens in te zien.
Concreet betekent dit dat de cliënt geen informatie te lezen krijgt over anderen, ook niet als ze bij de behandeling betrokken zijn (geweest).
Als een cliënt gebruik wil maken van het inzagerecht of een afschrift wil ontvangen, dan wordt dit bij voorkeur schriftelijk aangevraagd. Binnen 4 weken dient aan dit verzoek voldaan te worden. Er mogen geen kosten in rekening worden gebracht.
Het inzagerecht gebeurt bij voorkeur in aanwezigheid van de therapeut. Op deze manier kan er uitleg gegeven worden en/of indien nodig begeleiding.
Antwoorden op veelgestelde vragen over de herregistratie in het BIG-register vindt u in het Dossier Herregistratie.
Als u toch nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met onze helpdesk: Jolanda van Dijk, beleidsmedewerker van de NVP. Jolanda is bereikbaar via het contactformulier of telefonisch via 030 – 2510161.
Wanneer een werknemer zich ziekmeldt, treedt de Wet Verbetering Poortwachter in werking met als doel het verzuim van de werknemers goed te begeleiden. Zo moet in week 8 de bedrijfsarts of arbodienst een Probleemanalyse schrijven en een Plan van aanpak. Wanneer bekend is dat de werknemer in behandeling is bij een psychotherapeut, kan de bedrijfsarts besluiten om informatie op te vragen.
De bedrijfsarts is de deskundigen op het gebied van arbeid en gezondheid en verantwoordelijk voor verzuimbegeleiding en re-integratie. De bedrijfsarts kan medische gegevens opvragen bij behandelaren wanneer dit nodig is voor de verzuimbegeleiding. De bedrijfsarts heeft een beroepsgeheim en mag niet alles delen met de werkgever. De werkgever heeft geen recht op medische gegevens.
De cliënt, de zieke medewerker, moet uitdrukkelijke toestemming geven voor het delen van medische informatie. De psychotherapeut maakt vervolgens een eigen afweging wat wel of niet gedeeld wordt met de bedrijfsarts, rekening houdend met de eigen beroepscode en de professionele inschatting of informatieverstrekking bijdraagt aan goede zorgverlening. Wanneer de cliënt erop staat dat de psychotherapeut meer informatie deelt dan de psychotherapeut wil, is het goed om aan de cliënt duidelijk te maken wat de impact kan zijn van de informatieverstrekking. De KNMG en het NIP hebben hiervoor ‘weigeringsbriefjes’ ontwikkeld.
De Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de relatie tussen cliënt en zorgverlener. Een van de onderdelen is het recht van een cliënt op privacy en geheimhouding van de medische gegevens. (Algemene verordening gegevensbescherming AVG).
De Beroepscode voor Psychotherapeuten stelt: Bij het aangaan van de behandeling ontstaat er tussen de psychotherapeut en de cliënt een vertrouwensrelatie waarin een geheimhoudingsplicht jegens derden besloten ligt. (Zie III.1.1. Beroepscode). De psychotherapeut mag de zwijgplicht doorbreken wanneer:
Welke informatie mag de psychotherapeut delen, met toestemming van de cliënt:
Welke informatie mag de psychotherapeut niet delen:
In de praktijk ontvangen psychotherapeuten vragen van bedrijfsartsen die niet beantwoord mogen of kunnen worden. Deels omdat de zwijgplicht dit verhindert, deels omdat de psychotherapeut geen deskundige is op het gebied van werkhervatting.
Ik werk binnen een instelling en heb mijn baan opgezegd.* Mijn caseload is voor een deel al overgedragen aan collega’s, maar voor een aantal cliënten is dit niet gelukt. Mijn werkgever zegt nu dat ik zelf verantwoordelijk ben voor de overdracht van cliënten, desnoods aan een psychotherapeut van buiten de instelling. Klopt dit? Ben ik inderdaad 100% verantwoordelijk? Of heeft de werkgever ook een verantwoordelijkheid?
*ook mogelijk: sabbatical, zwangerschapsverlof of overplaatsing naar een andere locatie.
Antwoord
Omdat te abrupte beëindiging van psychohtherapie schadelijk kan zijn voor de cliënt, is de zorgplicht bij vertrek streng geregeld. Zowel de werkgever als de therapeut zijn verantwoordelijk voor goede zorg aan de cliënt, dus ook voor een goede overdracht. Er is dus sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder (de instelling of het management), de psychotherapeut die de cliënt overdraagt en de collega’s die de behandeling overnemen. Binnen die gedeelde verantwoordelijkheid heeft ieder een eigen rol.
Primair geldt dat de psychotherapeut verantwoordelijk is voor zijn of haar caseload. Dat betekent dat de therapeut, zodra een datum bekend is van vertrek of verlof, dit direct kenbaar maakt bij de cliënten, de werkgever en collega’s. De therapeut maakt een inhoudelijke deugdelijke overdrachtsrapportage: een overzicht van de caseload met daarbij informatie over problematiek, behandelingsfase en welke collega geschikt is als opvolger.
De instelling heeft een behandelingsovereenkomst afgesloten met de cliënt en is verantwoordelijk voor de continuïteit van de behandeling en dus voor het zorgen voor overname. Dat betekent dat de werkgever de vertrekkende therapeut en het team moet faciliteren en moet toezien op heldere afspraken. Bijvoorbeeld door een tijdelijke intakestop in te voeren, zodat teamleden tijd en ruimte hebben om de cliënten van de vertrekkende collega over te nemen.
Deze opvolger(s) ne(e)m(t)en de cliënten over zodra alles formeel geregeld is.
Cliënten hebben een overeenkomst met de instelling en ze blijven in beginsel daar onder behandeling. De partijen (instelling, nieuwe werkgever, psychotherapeut en cliënt) kunnen in onderling overleg wel tot andere afspraken komen, bijvoorbeeld dat een cliënt overgaat naar de nieuwe instelling waar de psychotherapeut gaat werken mits de cliënt vrij is zelf te kiezen, goed geïnformeerd is over opties en geen druk ervaart.
De opleiding tot psychotherapeut is in handen van opleidingsinstellingen die daartoe door de minister zijn aangewezen. U kunt zich aanmelden voor de opleiding tot psychotherapeut bij een van de opleidingsinstellingen. Meer informatie en adressen vindt u hier.
De opleiding duurt vier jaar (in deeltijd) en bestaat uit theorie, praktijkstages en supervisie (begeleiding) door een ervaren therapeut. Voor degenen die reeds een registratie hebben als gz-psycholoog duurt de opleiding 3 jaar.
Let op: er zijn in Nederland diverse opleidingsinstellingen die suggereren dat zij opleiden tot het beroep psychotherapeut. Eén daarvan is de Nederlandse Academie voor Psychotherapie (NAP). Deze opleiding leidt niet op tot BIG-geregistreerd psychotherapeut.
Het ECP, oftewel Eurocertificaat voor psychotherapie, is een diploma dat is ingesteld door en wordt uitgereikt door de European Association for Psychotherapy (EAP) en haar Nederlandse tak de Nederlandse Associatie voor Psychotherapie (NAP).
Uitspraken vanuit NAP-kringen dat men bezig is het beroep psychotherapeut op Europees niveau te zullen regelen, waarbij het ECP-certificaat de standaard zal moeten zijn voor de regeling van het beroep in de Europese wet, zijn al meer dan 15 jaar te horen. Binnen de Europees Unie bestaat geen systeem van onderlinge automatische erkenning van getuigschriften en diploma’s op het gebied van de psychotherapie. Er is ook geen sprake van dat zo’n systeem er zal komen. Dit betekent dat het European Certificate for Psychotherapy (ECP) in Nederland geen toegang geeft tot het BIG-register van psychotherapeuten.Het ECP is ingesteld door enkele beroepsorganisaties in een aantal Europese landen. Het certificaat houdt geen verband met Europese wet- en regelgeving of met de Wet BIG.
Dossiervoering is een wettelijke verplichting, vastgelegd in de Wet op Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Volledigheid van het dossier is tevens van belang voor het geval dat een andere hulpverlener de behandeling van een cliënt vanwege plotseling overlijden van de therapeut of om welke reden dan ook moet overnemen. Deze dient dan over voldoende gegevens te kunnen beschikken. In het dossier moeten in ieder geval de basisgegevens opgenomen worden. Bij een psychotherapeutische behandeling gaat het daarbij om de volgende zaken:
- personalia en andere voor de behandeling relevante gegevens;
- de verwijsbrief;
- de door de cliënt gepresenteerde hulpvraag;
- de bevindingen van het klinische interview;
- (hetero)anamnese; - (structurele en descriptieve) diagnostiek;
- gegevens over medicijngebruik;
- een door de cliënt geaccordeerd behandelplan, met daarin:
• een diagnose casu quo een duidelijke omschrijving van de problematiek of stoornis,
• behandeldoel(en), de aanpak casu quo methode om tot het behandeldoel te komen,
• voorlopige frequentie van de afspraken en de te verwachten duur van de behandeling;
- afspraken die met de cliënt worden gemaakt (onder andere over afzeggen afspraken, de betaling, waarneemregeling, enzovoort);
- data afspraken (alsmede e-mail- en/of telefonisch contact tussendoor);
- verslaglegging voortgang en beloop van de behandeling ;
- eventuele latere wijzigingen van (onderdelen van) het behandelplan;
- aantekeningen van gesprekken en bevindingen van bij name genoemde andere hulpverleners die bij de behandeling zijn betrokken;
- informatieverstrekking: vermelden dat en wanneer er een duidelijke omschrijving is gegeven van de behandeling, informatie is gegeven over de eventuele wachttijd en doorlooptijd, de hoofdlijnen van de Beroepscode voor psychotherapeuten, de klachtenregeling, de kosten voor de cliënt, enzovoort;
- door de cliënt gegeven instemming met de diagnose, toestemming voor uitvoering van het behandelplan, toestemming voor eventueel opvragen of verstrekken van informatie en toestemming voor verstrekken van wettelijk verplichte informatie aan de zorgverzekeraar in verband met de vergoeding op basis van de Zorgverzekeringswet;
- gegevens van tussentijdse evaluaties en eindevaluatie;
- gegevens over nazorg en verwijzing;
- afschriften van alle verzonden en ontvangen correspondentie met/over de cliënt.
Een psychotherapeut met een eigen praktijk is wettelijk verplicht een waarneemregeling te treffen. Deze verplichting vloeit voort uit de plicht tot continuïteit van zorg en het kunnen uitoefenen van de wettelijke patiëntenrechten, zoals omschreven in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Vaak is het ook verplicht gesteld in de contracten van de zorgverzekeraars. Een waarneemregeling is er voor vakantieperioden maar bijvoorbeeld ook tijdens ziekte. In het rapport van de inspectie worden waarnemingsregeling en dossieroverdracht genoemd als ontwikkelpunten voor met name kleine praktijken.
In het verlengde van de waarneemregeling moet een vrijgevestigde psychotherapeut schriftelijk regelen waar en door wie zijn dossiers bewaard worden, voor het geval hij door overlijden of een tijdelijke of blijvende absentie niet (langer) in staat is het dossier te beheren. Deze verplichting vloeit voort uit de bewaarplicht, de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg en de wettelijke patiëntenrechten, zoals vastgelegd in de WGBO. In die situatie moeten een of meer vakgenoten de professionele werkzaamheden overnemen dan wel afronden. Tegenover de cliënten en oud-cliënten houdt deze verantwoordelijkheid in dat zij worden geïnformeerd over:
1. het overlijden van de psychotherapeut of een andere reden van beëindiging praktijkvoering zonder dat de psychotherapeut hen daar zelf over heeft kunnen informeren.
2. de plaats waar hun dossiers zich bevinden en met wie zij daarover contact kunnen opnemen;
3. tot wie zij zich kunnen richten om te kunnen worden doorverwezen voor voortzetting van de behandeling.
Bij het aanschrijven van oud-cliënten moet eerst worden nagegaan of zij nog op het adres wonen dat in hun dossier is vermeld. De cliënten zullen in de gelegenheid gesteld moeten worden het dossier op te halen of (aangetekend) toegestuurd te krijgen en zelf te bewaren. Naast hun recht op inzage en afschrift kunnen zij ook kiezen voor een vernietiging van het dossier.
Ook verwijzers, zorgverzekeraars, collega’s in de regio, de regionale inspectie en beroepsverenigingen moeten geinformeerd wrorden over de opvolging of de getroffen regeling inzake de dossiers. Wanneer een behandeling van een cliënt wordt voortgezet door een andere hulpverlener dient het dossier door de aangewezen vakgenoot – met toestemming van de cliënt – aangetekend per post te worden verstuurd aan de nieuwe behandelaar. De bewaarplicht van de vrijgevestigde psychotherapeut gaat dan over op de opvolger.
Als de achterblijvende partner van de psychotherapeut de dossiers in een afgesloten kast bewaart, dient hij of zij een beroep te doen op de psychotherapeut die het beheer voert over het archief om de uitoefening van het inzagerecht te begeleiden. De voorkeur gaat echter uit naar een bewaarplaats in een professionele omgeving die recht doet aan de voorwaarden met betrekking tot het beroepsgeheim en beveiliging van de gegevens.
Iedere vrijgevestigde psychotherapeut is zelf verantwoordelijk om tijdig maatregelen te treffen voor de continuering van zorg die een cliënt van hem mag verwachten. Als bij een overlijden niets vooraf is geregeld, dienen de achterblijvende partner of erfgenamen zich in te spannen om een vakgenoot – bijvoorbeeld de collega(e) met wie een waarneemregeling is getroffen of een collega uit de intervisiegroep – bereid te vinden om deze verantwoordelijkheid op zich te nemen.
Deze regelgeving (2016) is vastgelegd in het document Landelijke samenwerkingsafspraken tussen huisarts, generalistische basis GGZ en gespecialiseerde GGZ.
Er zijn 2 situaties:
-De geheimhoudingsplicht geldt niet ten opzichte van zorgverleners die rechtstreeks bij de uitvoering van de behandelingsovereenkomst betrokken zijn. Dit geldt ook voor vervangers van de psychotherapeut, bijvoorbeeld in het kader van een waarneemregeling. Huisartsen zijn rechtstreeks betrokken indien zij in het kader van de betreffende psychotherapeutische behandeling bijvoorbeeld medicijnen voorschrijven.
- In veel gevallen zijn huisartsen, ook als zij verwijzer zijn, niet rechtstreeks bij de psychotherapeutische behandeling betrokken.
In dit geval is voor de ggz regelgeving van kracht over wanneer en over welke punten overleg met en rapportage aan de huisarts, op voorwaarde dat de cliënt (of wettelijke vertegenwoordigers) hiervoor toestemming geeft (geven).
De rapportage betreft feitelijke informatie zoals contactgegevens regiebehandelaar, diagnose, behandeldoel, gekozen behandelmethode, frequentie behandelcontacten, herstel bereikt en/of nazorg gewenst.
De informatie dient te worden beperkt tot wat voor het doel van de informatieverstrekking noodzakelijk is (art. III.3.1.1 van Beroepscode voor psychotherapeuten).