Professioneel oordeel en grenzen van de beroepscode
"De beroepscode voor psychotherapeuten schrijft niet altijd precies voor wat wel en niet mag. Daarom weet ik in sommige lastige situaties niet hoe ik goed kan handelen. Hoe kom ik op zulke momenten tot een goed professioneel oordeel?”
Antwoord
De beroepscode biedt, samen met de geldende wet- en regelgeving, een belangrijk kader voor het professioneel handelen van de psychotherapeut. Dat kader biedt houvast en duidelijkheid, zowel voor de psychotherapeut als voor de cliënt. Maar de code schrijft niet bij iedere situatie voor wat een psychotherapeut precies moet doen. Er is ook ruimte voor professionele afweging en beoordeling en juist dan kunnen er soms lastige dilemma’s ontstaan.
Grenzen en dilemma's geheimhoudingsplicht
Bij veel onderwerpen geeft de beroepscode duidelijke grenzen. Zo geldt voor psychotherapeuten de geheimhoudingsplicht. Zonder toestemming van een cliënt mag het beroepsgeheim alleen in uitzonderlijke situaties worden doorbroken. Pas wanneer aan vijf voorwaarden is voldaan, is de psychotherapeut ontheven van de geheimhoudingsplicht. Aan de andere kant is er geen verplichting om informatie aan derden te verstrekken wanneer een cliënt daarom vraagt.
Er kan een dilemma ontstaan als een cliënt blijft aandringen op de informatieverstrekking en de psychotherapeut van mening is dat dit niet in het belang van de cliënt of de behandeling is. Wat betekent dit voor de therapeutische relatie? Of wanneer de psychotherapeut details kent die gewetensnood veroorzaken. Hoe zwaar moet de gewetensnood wegen? En wanneer mag dit aanleiding zijn om de geheimhoudingsplicht te doorbreken?
Grenzen en dilemma's beëindiging behandeling
Een vergelijkbare afweging speelt bij een eenzijdige beëindiging van de behandeling. Een cliënt heeft het recht de behandeling op ieder moment te beëindigen. Voor de psychotherapeut ligt dat anders: een eenzijdige beëindiging is alleen toegestaan wanneer sprake is van een gewichtige reden. De beroepscode noemt hiervoor zes gronden.
Maar ook hier kunnen lastige dilemma’s ontstaan. Bijvoorbeeld als de psychotherapeut van mening is dat de behandeling niet langer effectief is, terwijl de cliënt dat anders ziet. Of wanneer de psychotherapeut de situatie als risicovol inschat, terwijl de cliënt het gevaar ontkent. Wie bepaalt wat er aan de hand is? En wanneer is er in de praktijk sprake van een voldoende gewichtige reden om de behandeling te beëindigen?
Zorgvuldigheid
De beroepscode benadrukt het belang van zorgvuldig handelen. Als u als psychotherapeut voor een dilemma komt te staan, begint zorgvuldig handelen met het afwegen van de verschillende mogelijkheden. Daarbij is het belangrijk om naast de wetten, beroepscode en eigen reflectie, ook de positie en de specifieke situatie van de cliënt mee te wegen. Het is aan te bevelen om een dergelijke casus te bespreken met collega’s, bijvoorbeeld in een collegiaal overleg en/of een intervisiegroep. Dit kan bijdragen aan een weloverwogen en toetsbaar professioneel oordeel.
Ook de manier waarop een besluit vervolgens met de cliënt wordt besproken, maakt onderdeel uit van zorgvuldig handelen. Een gemotiveerde mondelinge toelichting, ruimte voor gesprek en een schriftelijke bevestiging, dragen bij aan een zorgvuldige communicatie. Ook hierbij blijft het belangrijk rekening te houden met de positie en situatie van de cliënt.
De beroepscode biedt dus grenzen, maar geeft niet voor iedere situatie een kant-en-klaar antwoord.