NVP Website voor leden

Verkrijg hier toegang tot exclusieve NVP Website ledencontent.

26-06-2025

Uitspraak van de maand juni 2025

Uitspraak van de maand juni 2025

Deze uitspraak van de maand betreft een deels gegronde klacht tegen een klinisch psycholoog. De cliënt is ontevreden over de behandeling die zij vanaf 2016 van hem heeft ontvangen. Zij maakt de klinisch psycholoog verschillende verwijten. Het college oordeelt onder andere dat door de klinisch psycholoog geen goede regie is gevoerd. Er is geen behandelplan opgesteld dat kon dienen als leidraad bij de behandeling en ook is door de klinisch psycholoog geen duidelijke diagnose gesteld.

Klachtonderdelen
Kort samengevat verwijt de cliënt de klinisch psycholoog:
a) het ongevraagd benaderen na afsluiting van de behandeling
b) het ontbreken van een duidelijk behandelplan, respectievelijk ingezette behandellijn
c) gebrekkige dossiervorming en informatieverstrekking
d) geen grenzen stellen aan professionele contacten
e) een stelselmatige schending van haar privacy
f) het blokkeren van het klachtrecht
g) samengevoegd, het te lang doorzetten van de behandeling, de eenzijdige opzegging van de behandelingsovereenkomst en het niet doorverwijzen naar alternatieve zorgverleners
h) onterecht indienen van declaraties bij de zorgverzekeraar

Overwegingen en oordeel regionaal tuchtcollege
Klachtonderdeel a) de cliënt ongevraagd benaderen na afsluiting behandeling
In 2016 heeft de klinisch psycholoog contact met de cliënt gezocht nadat eerdere behandeling van de cliënt al meerdere jaren was beëindigd. In zijn e-mail aan de cliënt heeft hij over deze beweegredenen met geen enkel woord gerept. Op zijn minst had de klinisch psycholoog zijn drijfveren in een formele brief moeten opnemen en die met de cliënt moeten delen, zodat zij kon weten waarom hij haar benaderde. Het college vindt het handelen van de klinisch psycholoog op dit onderdeel onprofessioneel. Klachtonderdeel a is gegrond.

Klachtonderdeel b) het ontbreken van een duidelijk behandelplan, respectievelijk ingezette behandellijn
De klinisch psycholoog heeft volgens de cliënt geen duidelijk behandelplan opgesteld met een diagnose, behandeling, werkwijze, evaluatie, en regie. Daarmee samenhangend, klachtonderdeel c): gebrekkige dossiervorming en informatieverstrekking.
Op de behandelrelatie tussen de klinisch psycholoog en de cliënt was de destijds geldende beroepscode voor psychologen (NIP 2015) van toepassing, waarin in artikel 63 is bepaald dat het dossier informatie moet bevatten over het doel van de professionele relatie, de werkwijze, de evaluatie en de context waarin die plaatsvindt. In artikel 97 is bepaald dat de rapportage die over de patiënt wordt opgesteld de feiten, omstandigheden en bevindingen vermeldt waarop het berust, en dat uit het rapport duidelijk moet blijken op welke gronden de bevindingen en conclusies berusten. Door de omissies in de rapportage over de cliënt heeft de klinisch psycholoog in strijd gehandeld met deze bepalingen. Dit betekent dat ook de klachten b en c gegrond zijn.

Klachtonderdeel d) geen grenzen stellen aan professionele contacten
De klinisch psycholoog heeft bevestigd dat hij inderdaad ook buiten reguliere kantoortijden voor de cliënt bereikbaar was. Ondanks de motivering van de klinisch psycholoog is het college van oordeel dat hij de omvang van deze contacten als professional duidelijker had moeten begrenzen.
Bij dit klachtonderdeel is verder door de cliënt aangevoerd dat zij op advies van de klinisch psycholoog enige tijd heeft deelgenomen aan Qigong-lessen die door de klinisch psycholoog waren georganiseerd, die in de avond plaatsvonden in zijn praktijkruimte en waaraan ook onder meer de zoon en de ex-partner van de klinisch psycholoog deelnamen. Het college stelt vast dat de klinisch psycholoog de Qigong-lessen organiseerde en gaf in een grotere gemengd samengestelde groep in zijn eigen praktijk. Daarmee trad hij ten opzichte van de cliënt in een andere professionele hoedanigheid op dan bij de behandelrelatie. Dat deze lessen op zichzelf mogelijk heilzaam waren voor de cliënt doet er niet aan af dat er hierdoor een onwenselijke vermenging van professionele rollen plaatsvond. In artikel 51 van de toenmalige beroepscode voor psychologen is bepaald dat psychologen zich bij voorkeur niet begeven in verschillende professionele rollen ten opzichte van een patiënt en dat zij in ieder geval de moeilijkheden onderkennen die kunnen ontstaan als zij dit toch doen. Dat de klinisch psycholoog een dergelijke afweging heeft gemaakt, is het college niet gebleken.
Het college is van oordeel dat zowel in het geval van het niet begrenzen van zijn eigen bereikbaarheid als bij de vermenging van rollen door de Qigonglessen, de klinisch psycholoog niet de professionaliteit in acht heeft genomen die van hem verwacht mocht worden. Hoewel het college niet twijfelt aan de goede bedoelingen die de klinisch psycholoog had bij zijn handelen op deze beide vlakken, acht zij dit handelen tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daarbij weegt zij mee dat de klinisch psycholoog ook tijdens de zitting niet goed blijk heeft gegeven van voortschrijdend inzicht op dit gebied. Daarmee is klachtonderdeel d eveneens gegrond.

Klachtonderdeel e) stelselmatige schending privacy van de client
De klinisch psycholoog zou zonder toestemming van de cliënt de huisarts en derden, die niet betrokken waren bij de behandeling, (per e-mail) hebben geïnformeerd over de ingezette behandeling, alsook de huisartsenpost zonder noodzaak hebben geïnformeerd over haar gezondheidstoestand en daarmee stelselmatig haar privacy hebben geschonden. Al met al heeft het college in het handelen van de klinisch psycholoog geen stelselmatige schending van de privacy van de cliënt vastgesteld. Klachtonderdeel e is ongegrond.

Klachtonderdeel f) het blokkeren van het klachtrecht
De cliënt heeft bij dit klachtonderdeel betoogd dat zij de wijze waarop de klinisch psycholoog de behandeling in juni 2023 had beëindigd, wilde voorleggen aan een klachtenfunctionaris. Zij heeft gezegd dat de klinisch psycholoog dit heeft willen verhinderen en haar daarbij onder druk heeft gezet om af te zien van het indienen van de klacht. Hij heeft de cliënt een sms bericht gestuurd met de tekst “dan houdt het wat mij betreft echt op”. De klinisch psycholoog heeft ontkend dat hij de cliënt zou hebben verhinderd om een klacht in te dienen dan wel om deze klacht door te zetten.
Het college heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de juistheid van dit klachtonderdeel van de cliënt. Uit de tekst van het sms-bericht kan deze druk niet worden afgeleid. De klinisch psycholoog had de cliënt weliswaar moeten wijzen op haar rechten en plichten bij het indienen van een klacht, maar het is niet gebleken dat hij actief verhinderd zou hebben dat zij een klacht zou indienen.
Klachtonderdeel f is ongegrond.

Klachtonderdeel g) samengevoegd: het te lang doorzetten van de behandeling, eenzijdige opzegging behandelingsovereenkomst en niet doorverwijzen naar alternatieve zorgverleners
De cliënt verwijt de klinisch psycholoog dat hij de behandeling een paar keer eenzijdig heeft opgezegd, en dat dit te maken had met haar reacties die heftig konden zijn. Een aantal keer heeft de klinisch psycholoog de behandeling vervolgens hervat en volgens de cliënt ging hij daarbij steeds mee met haar psychische gesteldheid, in plaats van te de-escaleren en te stabiliseren. De cliënt vindt dat de klinisch psycholoog onprofessioneel met haar omging tijdens crisissituaties en dat hij ondanks meerdere verzoeken van haar weigerde om haar te verwijzen naar andere instellingen en zorgverleners. De klinisch psycholoog heeft aangevoerd dat gaande de hernieuwde behandeling het beeld ontstond van een Dissociatieve Identiteitsstoornis bij de cliënt, met ingewikkelde problematiek, inclusief zelfbeschadiging. Vanaf 2018 werd steeds duidelijker dat sprake was van zeer ernstige onderliggende problemen bij de cliënt en dat klinische opname en behandeling door andere zorgverleners uit de psychiatrie aangewezen was. Toch leek de cliënt volgens de klinisch psycholoog baat te hebben bij de gesprekken en gaf zij meerdere malen en in een veelheid van berichten te kennen dat zij het behandelcontact niet wilde verbreken, dan wel dat zij de gestopte behandeling wilde voortzetten. De klinisch psycholoog heeft het behandelcontact aangehouden in de hoopvolle verwachting dat het toch zou lukken om de cliënt zich beter te laten voelen en om risico’s en verdere achteruitgang van de gezondheid van de cliënt te voorkomen zolang zij niet instemde met verwijzing. Uiteindelijk heeft hij de behandeling afgesloten, mede wegens zijn naderende pensioen. Het college heeft de stellige indruk dat de klinisch psycholoog zich aan de ingewikkelde problematiek van de cliënt heeft vertild. Uit zijn eigen visie blijkt dat hij in de loop van de behandeling tot het inzicht kwam dat klaagsters problemen te complex waren voor behandeling (uitsluitend) door hem. Het college heeft vastgesteld dat de klinisch psycholoog weliswaar meerdere keren heeft aangestuurd op verwijzing, bijvoorbeeld voor klinische opname, maar dat hij uiteindelijk steeds is meegegaan met de dwingende en in vele berichten vervatte eisen van de cliënt om dit niet te doen, waarbij de cliënt ook wisselend was in haar visie op doorverwijzing. De klinisch psycholoog heeft zich bij deze beslissingen enerzijds laten leiden door deze houding van de cliënt, en anderzijds door zijn inschatting dat de behandeling in ieder geval een zeker effect sorteerde.
De klinisch psycholoog heeft daarbij onvoldoende onder ogen gezien dat deze hardnekkige en deels ambivalente houding van de cliënt een onderdeel was van haar ziektebeeld. De aan hem te stellen eisen van professionaliteit brengen mee dat hij al in 2018, toen de klachten verergerden, aan de cliënt duidelijk had moeten maken dat hij haar behandeling niet langer kon voortzetten, in ieder geval niet als enige behandelaar. Door de behandeling onder deze omstandigheden desondanks te laten voortduren en na beëindiging toch te hervatten, heeft de klinisch psycholoog tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klachtonderdeel g is gegrond.

Klachtonderdeel h) onterechte declaraties zorgverzekeraar
De cliënt heeft gesteld dat de klinisch psycholoog bij haar zorgverzekeraar, gezien het aantal behandelgesprekken dat zij met hem heeft gehad, te veel heeft gedeclareerd aan kosten voor behandeling en dat hij heeft geweigerd met haar daarover in gesprek te gaan. Daarnaast heeft de cliënt gezegd dat de positie van de klinisch psycholoog ten opzichte van de instelling waar hij als zzp-er werkte niet helder was en dat dit in de weg heeft gestaan aan doorverwijzing.
De klinisch psycholoog heeft betwist dat er fouten in de declaratie zijn gemaakt en hij heeft gezegd dat hij aan de cliënt heeft toegelicht dat ook communicatie via de mail en telefoon in principe declarabel is, en dat hij uiteindelijk slechts een fractie heeft gedeclareerd. Over de instelling heeft de klinisch psycholoog gezegd dat de cliënt formeel bij de instelling een behandelcontract had, aangezien hij als ZZP-er aan de instelling was verbonden. Hij heeft betwist dat de instelling eraan in de weg stond om de cliënt door te verwijzen.
Het college heeft vastgesteld dat wat de klinisch psycholoog hierover heeft aangevoerd, juist is. De cliënt heeft onvoldoende geadstrueerd waarom het standpunt van de klinisch psycholoog niet zou kloppen. Klachtonderdeel h is ongegrond.

  • Maatregel regionaal tuchtcollegeHet college acht de maatregel van berisping passend. Klachtonderdelen a, b, c, d en g zijn gegrond en de andere klachtonderdelen ongegrond.  De klinisch psycholoog valt aan te rekenen dat hij op onprofessionele wijze en zonder noodzaak hernieuwd contact met de cliënt zocht, dat hij bij de behandeling van de cliënt geen duidelijke diagnose heeft gesteld en geen behandelplan heeft gemaakt, dat hij het dossier van de cliënt onvoldoende heeft bijgehouden en dat hij de cliënt niet heeft doorverwezen toen hij merkte dat de problematiek van de cliënt te ernstig was om de behandeling voort te zetten. Het college houdt bij de zwaarte van de maatregel rekening met het feit dat dit ernstige fouten zijn, maar ook dat de klinisch psycholoog zich grotendeels toetsbaar heeft opgesteld
  • Datum uitspraak: 27 mei 2025
  • Lees hier de volledige uitspraak

Over de rubriek

In 'de uitspraak van de maand' geven we een korte samenvatting van een tuchtzaak die recent of soms al wat langer geleden door het tuchtcollege is behandeld. De uitspraken kunnen een voorbeeldfunctie hebben en dienen als leidraad voor beroepsmatig handelen in situaties die vaker voorkomen. U kunt de zaken gebruiken bij intervisie of zelf uw kennis van beroepsethiek op een bepaald gebied vergroten.