Nieuwe richtlijn posttraumatische stressstoornis (PTSS)
De nieuwe richtlijn posttraumatische stressstoornis (PTSS) is verschenen. De richtlijn voert voor de behandeling van PTSS een aantal veranderingen door en geeft antwoord op relevante klinische vragen als ‘helpt een stabilisatiefase?’ en ‘werkt een geïntensiveerde traumabehandeling sneller én beter?’
PTSS wordt in de ggz vaak nog onvoldoende herkend, terwijl het redelijk tot goed te behandelen is. “Hulpverleners deinzen vaak terug bij trauma”, vertelt Maartje Schoorl, klinisch psycholoog, bijzonder hoogleraar en vicevoorzitter van de richtlijncommissie namens de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP) in een interview aan de VGCt. “Therapeuten durven niet goed door te vragen, omdat ze bang zijn dat hun cliënt daardoor ontregelt.” Die angst is volgens Schoorl onterecht. Uit het beschikbare onderzoek komt niet naar voren dat vragenlijsten en interviews symptomen aanwakkeren of verergeren. “Wat wél belangrijk is, is dat je nooit suggereert. Zorg dat je altijd open vragen stelt.”
Psychotherapie voorkeur boven farmacotherapie
In de nieuwe richtlijn heeft psychotherapie nadrukkelijk de voorkeur gekregen boven farmacotherapie. Psychotherapie blijkt namelijk effectiever. Daarbij maakt de richtlijn duidelijk onderscheid tussen traumagerichte en niet-traumagerichte psychologische behandelingen. Verder is het palet van aanbevolen traumagerichte behandelingen uitgebreid.
Meer lezen
- De volledige richtlijn PTSS staat in de richtlijnendatabase van de Federatie Medisch Specialisten.
- Lees ook: De richtlijn PTSS: wat is nieuw? - VGCt Kennisnet (bron)