Uitspraak van de maand mei
Deze uitspraak van de maand betreft een klacht bij het tuchtcollege tegen een vrijgevestigde psychotherapeut, tevens klinisch psycholoog, ingediend door de echtgenote van een door suïcide overleden cliënt.
De psychotherapeut heeft de behandeling volledig overgelaten aan een medebehandelaar, een systeemtherapeut zonder BIG-registratie. Ondanks de ernst van de problematiek en heeft hij als regiebehandelaar niet tijdig ingegrepen in het behandelproces. De door de systeemtherapeut geleverde zorg is ten onrechte gedeclareerd als door hemzelf geleverde zorg.
Situatie
De cliënt in deze zaak is in oktober 2020, na een aantal gesprekken met de POH door de huisarts voor behandeling verwezen, vanwege signalen van een stemmingsstoornis, naar de (vrijgevestigde) praktijk van de psychotherapeut. De psychotherapeut stelt als DSM-5-classificatie: “Recidiverende depressieve stoornis, ernst: matig”.
Bij behandelplan, inclusief doelstellingen voor de psychotherapie is vermeld: “Betrokkene helpen meer betrokken te raken bij zijn eigen gevoelens en deze verwerken met de bedoeling ruimte voor zichzelf te maken. Onderzoeken of de partnerrelatie nog versterkt kan worden of betrokkene ondersteunen bij afscheid nemen hiervan. Om tot herstel te komen lijkt verbetering van de kwaliteit van de relatie de eerste stap.”
De behandeling is gestart in november 2020 en werd onder verantwoordelijkheid van de psychotherapeut uitgevoerd door de medebehandelaar, tevens zijn partner, een systeemtherapeut zonder BIG-registratie.
De echtgenote is in het begin van de behandeling tweemaal meegekomen naar een sessie. Omdat zij dit niet meer wilde is de behandeling vanaf januari 2021 voortgezet op individuele basis (individuele systeemtherapie). Tussen de psychotherapeut (regiebehandelaar) en de systeemtherapeut (medebehandelaar) zijn 11 overlegmomenten geweest waarin de casus van de man werd besproken. In maart 2022 is de man kort voor de geplande einddatum gestopt met de behandeling, waarna de psychotherapeut en de medebehandelaar in mei 2022 voor de huisarts een afsluitbrief hebben opgesteld met daarin een advies om een intensiever traject bij de ouderen-GGZ te doen als de man verder wil werken aan zijn stemming. Op 19 oktober 2022 heeft de man suïcide gepleegd.
Klachtonderdelen
De echtgenote van de overleden cliënt verwijt de psychotherapeut, samengevat, dat hij:
- a. de therapie van de man heeft overgelaten aan een systeemtherapeut, ondanks de ernstige problematiek van de man (suïcidale gedachtes, concrete suïcide plannen en persisterende depressie). Uit de transcripten van de therapiegesprekken blijkt dat het de systeemtherapeut aan vaardigheden ontbrak om adequaat met deze problematiek om te gaan;
- b. niet tijdig heeft gesignaleerd dat er geen progressie was en dat hij hierop had moeten handelen gezien de ernst van de psychische gesteldheid van de man, omdat hij op de hoogte was van het gehele traject en dus ook van de actieve terugkerende suïcidale uitingen en concrete suïcide plannen van de man. De psychotherapeut heeft de man geen adequate interventie aangeboden, ondanks de toenemende signalen van depressie en suïcidale gedachtes, en hij heeft geen zorg gedragen voor een therapie die beter aansloot bij de man;
- c. het door zijn praktijk gevoerde kwaliteitsstatuut niet heeft nageleefd;
- d. niet is ingegaan op de hulpvraag van de man; de man kwam voor zijn depressie en suïcidale gedachtes en in plaats daarvan kwam de focus op de relatie met de echtgenote
- e. de geboden zorg onjuist heeft gedeclareerd;
- f. de therapie niet grotendeels zelf heeft uitgevoerd volgens de LVVP en het Landelijk Kwaliteitsstatuut; de man heeft daardoor geen adequate hulp gekregen gezien de ernst van zijn problematiek; de regiebehandelaar heeft in anderhalf jaar niet zelf iets voor de man heeft gedaan, hij wilde de cliënt doorsturen naar een ggz-instelling zonder ook maar één behandelsessie met de man te hebben gehad;
- g. de behandeling heeft laten uitvoeren door een niet-gespecialiseerde ggz-therapeut; er zijn geen sessies geweest die daaraan voldoen;
- h. de nabestaanden niet serieus heeft genomen na de zelfdoding van de man
- i. na de dood van de man niet heeft erkend dat de zorg die de man heeft gehad niet aansloot op de hulpvraag en dat hij in zijn rol als regiebehandelaar tekort is geschoten.
Overwegingen en oordeel regionaal tuchtcollege
Het college stelt vast dat de psychotherapeut de intake/indicatiestelling en aanvullende diagnostiek (NPO) van de man heeft gedaan en dat zijn partner als medebehandelaar/systeemtherapeut de behandeling van de man heeft uitgevoerd.
De systeemtherapeut mág (deels) worden ingezet als medebehandelaar, mits de psychotherapeut zijn regierol goed vervult. Naar het oordeel van het tuchtcollege is de psychotherapeut daarin tekortgeschoten.
Uit de behandelverslagen noch anderszins blijkt dat de Multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag of de GGZ-standaard Suïcidaal gedrag is gevolgd. Gelet op de herhaaldelijke (concrete) suïcide-uitingen van de man waarbij hij terugkerend aangaf dat de donkere wolken in zijn hoofd niets te maken hadden met zijn relatie, was dat wel aangewezen. In plaats daarvan is gekozen voor voortzetting van de systeemtherapie met de focus op de relatieproblematiek, terwijl de depressiviteit van de man niet of nauwelijks verminderde maar eerder toenam. Het beeld bestaat dat de ernst van de suïcidaliteit van de man in onvoldoende mate is onderkend en dat daaraan te weinig aandacht is besteed.
De psychotherapeut heeft verzuimd om de door hemzelf geformuleerde behandeldoelen – conform zijn eigen kwaliteitsstatuut – om de drie maanden samen met de cliënt en de medebehandelaar te evalueren om te bezien of het behandelplan aanpassing behoefde of doorverwijzing nodig was. Door slechts “op afstand” overlegmomenten te hebben met de medebehandelaar zonder betrokkenheid van de man, heeft de psychotherapeut daarmee naar het oordeel van het tuchtcollege onvoldoende invulling gegeven aan zijn regierol.
Daarbij betrekt het tuchtcollege dat de psychotherapeut zelf heeft erkend dat de systeemtherapie de relatie tussen de man en klaagster ontregelde. Het voorgaande leidt ertoe dat klachtonderdelen a), b), c), f) en g) gegrond worden verklaard.
Het tuchtcollege oordeelt dat de zorg inderdaad onjuist is gedeclareerd. De gesprekken met de systeemtherapeut zijn gedeclareerd alsof hij degene was die deze gesprekken heeft gevoerd, wat resulteerde in een hoger tarief. Op de declaratie moet altijd zichtbaar zijn welke beroepsbeoefenaar op welke datum de zorg heeft geleverd, ook als sprake is van een regiebehandelaarschap. Indien de medebehandelaar een opleiding WO-psycholoog of HBO social work heeft genoten, worden die consulten als “overige behandelaar” gedeclareerd.
- Maatregel: Het tuchtcollege is van oordeel dat de psychotherapeut zijn regierol onvoldoende heeft ingevuld, zonder het onjuiste van zijn handelwijze in te zien. Ook het onjuist declareren van de verleende zorg acht het tuchtcollege onzorgvuldig. De psychotherapeut heeft slechts in geringe mate zelfreflectie getoond. Op grond van dit alles wordt de maatregel berisping opgelegd.
- Datum uitspraak: 25 maart 2025
- Lees hier de volledige uitspraak
Eerdere uitspraken van de maand over onvoldoende regievoering of onjuist declareren:
- Uitspraak van de maand december 2023
- Uitspraak van de maand december 2022
- Uitspraak van de maand juni 2022
- Uitspraak van de maand mei 2022
- Uitspraak van de maand december 2021
- Uitspraak van de maand november 2021
- Uitspraak van de maand mei 2021
- Uitspraak (1) van de maand februari 2019
Over de rubriek
In 'de uitspraak van de maand' geven we een korte samenvatting van een tuchtzaak die recent of soms al wat langer geleden door het tuchtcollege is behandeld. De uitspraken kunnen een voorbeeldfunctie hebben en dienen als leidraad voor beroepsmatig handelen in situaties die vaker voorkomen. U kunt de zaken gebruiken bij intervisie of zelf uw kennis van beroepsethiek op een bepaald gebied vergroten.
-
Alle uitspraken zijn terug te vinden op onze website en alleen zichtbaar voor leden na inloggen op de ledennet.
-
De Beroepscode voor psychotherapeuten (2018) (pdf) is een onmisbare leidraad voor het beroepsmatig handelen van iedere psychotherapeut. Door aanpassingen in wet- en regelgeving hebben we enkele wijzigingen Beroepscode (pdf) op een een rij gezet