NVP Website voor leden

Verkrijg hier toegang tot exclusieve NVP Website ledencontent.

19-01-2021

Patiƫnt met jeugdtrauma is geholpen met exposure-therapie

Exposure-therapie kan heel zinvol zijn voor patiënten met jeugdtrauma, zo blijkt uit onderzoek naar de behandeling van PTSS na mishandeling of misbruik in de kindertijd. In het onderzoek werden drie vormen van exposure therapie onderzocht voor mensen met PTSS als gevolg van vroegkinderlijk trauma: standaard exposure, intensieve exposure en een vaardigheidstraining (STAIR) gevolg door exposure.

Exposure-therapie

Seksueel misbruik door een leraar of systematische mishandeling door een vader of moeder: wie in zijn of haar jeugd iets dergelijks heeft meegemaakt, loopt aanzienlijke kans om daar een posttraumatische stressstoornis (PTSS) aan over te houden. De ervaring blijft als een blok aan iemands been hangen, en niet zelden ontwikkelen deze patiënten er nog tal van klachten naast, van depressies tot verslavingen en persoonlijkheidsstoornissen.

Uit het onderzoek blijkt dat de kwetsbare patiënten veel baat kunnen hebben bij zogeheten exposure-therapie. Met die behandelmethode keer je – in gedachten en indien mogelijk fysiek – terug naar de plaats(en) waar het trauma is ontstaan. Door die moeilijke momenten keer op keer te herhalen en herbeleven, leert de patiënt dat er niets rampzaligs gebeurt als de angstaanjagende herinneringen bovenkomen. Dat kan de angst weghalen.

Ruim 70% verminderde klachten

Gedurende de studie werden 149 patiënten met een jeugdtrauma behandeld met drie verschillende vormen van exposure-therapie. Hoewel die verschillende therapieën ieder een iets ander resultaat gaven, stond een ding als een paal boven water: bij ruim 70% van de patiënten verminderden de klachten aanzienlijk. Ongeveer de helft van de deelnemers had na afloop van de zestien sessies zelfs geen posttraumatische stressstoornis meer, bleek uit zelfrapportage en klinische beoordelingen.

De uitkomsten zijn bijzonder, omdat veel behandelaars lange tijd dachten dat deze kwetsbare groep exposure-therapie helemaal niet aan zou kunnen. Behandelaars waren bang dat de confrontatie met het verleden zou leiden tot verdere destabilisatie van de patiënt, en misschien zelfs tot verhoogde zelfmoordrisico’s. De behandeling werd daarom voornamelijk toegepast op mensen die op latere leeftijd een trauma opliepen, zoals oorlogsveteranen.

Niet erger maken

‘Uit ons onderzoek blijkt nu dat exposure-therapie wel degelijk het verschil kan maken voor mensen met een jeugdtrauma,’ zegt Maartje Schoorl, bijzonder hoogleraar op de afdeling Klinische Psychologie en co-auteur van de studie. ‘Veel patiënten kunnen de herbeleving van hun trauma dus wel aan, mits je ze daar goed in begeleidt. Sterker nog: veel patiënten herbeleven hun trauma’s sowieso al, namelijk in hun nachtmerries. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je het erger maakt, want het is al erg.’

Tot slot vertelt Schoorl waar de behandeling met exposure-therapie uiteindelijk toe kan leiden: ‘Eén patiënt had traumatische gebeurtenissen meegemaakt in een kelder, waardoor ze nooit meer in een ondergronds vertrek durfde te komen. Door veel te oefenen, is zij uiteindelijk over die angst heen gekomen. Dat was prachtig om te zien, want het voelde voor haar als een geweldige bevrijding. Nu runt ze vanuit haar eigen kelder een webwinkel.’

Danielle Oprel en Chris Hoeboer, psychologen bij PsyQ (Parnassia Groep), voerden het onderzoek uit samen met collega’s van onder andere de Universiteit Leiden en de Radboud Universiteit. Ze publiceerden het onderzoek in het European Journal of Psychotraumatology.