Wachtwoord vergeten

Blog bericht

Christine Brouwer 29-09-2020 Auteur: Christine Brouwer

Niet kunnen kan. Over veilige intervisie

Was ik dat nou? Wat gebeurt hier? Wat ben ik aan het doen? Na een sessie met cliënt P. weet ik het even niet meer. Ik voel frustratie alom en de rode draad is ver te zoeken. En daar is mijn opleidingsreflex: wat is het in mij dat ik het niet kan met deze cliënt?

Grappig
‘Wat grappig om zo’n ongenuanceerde 'kort door de bocht-versie' van jou mee te maken.’ De reactie van mijn intervisiegenoten de week erna is één van nieuwsgierigheid en verwondering. Maar zo grappig vind ik het niet. Ik wil dit niet. Ik wil genuanceerd zijn, ik wil het snappen, het proces doorgronden. Ik. Wil. Dit. Niet.

Opluchting
Een oud- collega zei ooit: richt je op de problematiek waar je goed in bent. Nou werk ik veel met somatisch zieke cliënten en de dood bespreekbaar maken is iets wat ik minder moeilijk vind dan iemand helpen met smetvrees. Hij zei: ‘Er zijn genoeg therapeuten die goed uit de voeten kunnen met smetvrees, richt jij je maar op praten over de dood.’ Dat was toen al een hele opluchting. Niet alles hoeven kunnen……. Een tegengif voor die opleidingsreflex ‘wat-is-het-in-mij- dat-ik-het-niet-kan met deze cliënt? ’

Falen
De woorden van deze oud-collega geven me ruimte om tijdens intervisie te kijken naar mijn opleidingsreflex. Dan noemt éen van de intervisiegenoten het woord falen: ‘Cliënt P. komt bij jou omdat hij zich voelt falen. En jij voelt je falen omdat je hem niet kan bereiken. Heb je dat al eens besproken?’ Dat is het! Want ja, ik wil niet falen! En dat gevoel roept dus die agressie op en daarom kom ik (en mijn cliënt ook) zo steeds zo naar uit de sessie!

Gesprek
Er was al een PO aangevraagd juist omdat P. en ik het erover eens waren dat er niet veel beweging in de therapie zat en ik daar tot mijn frustratie, niet de vinger op kon leggen. In het prettige teruggavegesprek met z’n drieën, de diagnosticus, cliënt P. en ik, spraken we over onmacht en falen. Voor P. was dat belangrijk, omdat we de onderliggende dynamiek boven tafel kregen. Wat er tot nu toe gebeurde in de therapie, hoe dat voor hem was en wat er dan bij mij als behandelaar gebeurde. En in plaats van dat er voor hem weer een therapie vastliep, ik was niet zijn eerste therapeute, konden we nu een beter passend behandelplan opstellen.

En ik, als behandelaar, voelde vooral opluchting. Want iets niet te hoeven kunnen, geeft zoveel lucht. Dank prettige collega’s voor een veilige intervisie waarin iets niet kunnen dus gewoon kan!

 

 



« Terug naar overzicht