Wachtwoord vergeten

Blog bericht

Maud Molhoek 22-06-2020 Auteur: Maud Molhoek

Identiteitscrisis

‘Wat heb ik al die jaren gedaan?’, vraag ik me in wisselende mate af tijdens vrijwel het gehele eerste jaar van de opleiding psychotherapie. In de vijf jaar dat ik werkzaam was als gz-psycholoog, en ook in de jaren daarvoor als basispsycholoog, heb ik geleerd dat cognitieve gedragstherapie, volgens de evidence-based protocollen, de heilige graal is voor vrijwel alle klachten.

Cognitieve gedragstherapie
Overtuigd en vol enthousiasme heb ik jarenlang samen met cliënten gehyperventileerd als ze last hadden van paniekklachten, en gedachtenschema’s gemaakt als ze last hadden van negatieve gedachten. En dit zonder vrijwel ooit echt diep in te gaan op iemands verleden (uitzonderingen daargelaten). Nu hoor ik kreten van docenten als ‘het gaat niet om de inhoud, maar om de betrekking’, en worden mij vragen gesteld als ‘waarom heeft deze cliënt zijn klachten nu nodig?’. Ik lees artikelen waarin het belang van de therapeutische relatie en langer durend behandelen, benadrukt wordt. Ik bevind me kortom in een heuse identiteitscrisis, praat ik mezelf aan. Ik had al die jaren toen ik het zo anders deed als dat me nu wordt geleerd toch ook best tevreden cliënten?

Onbewust
Ik lees mijn oude behandelverslagen terug. Ik blijk onbewust best veel te hebben gevaren op de relatie. Ik vroeg meestal tegen het einde van een behandeling wat het meeste geholpen had, en lees geen enkele keer als antwoord: ‘dat ene gedachtenschema’. Wel lees ik zaken terug als ‘ik had het idee dat je me echt begreep’, ‘ik mocht gewoon huilen’, en ‘ik realiseerde me dat ik sterk genoeg ben om mijn angsten aan te gaan’.

Therapeutische relatie
Mijn oog valt op het boek van Flip Jan van Oenen, Het misverstand psychotherapie. Hierin valt te lezen dat de methodiek sowieso geen klap uit blijkt te maken voor het therapie-effect. Als je zelf maar gelooft in wat je doet, en een samen met de cliënt afgestemd behandelplan hebt. Dat samen, daar zit dan ook de therapeutische relatie in. En al is het een bescheiden effect, het lijkt dan toch dat de persoon van de psychotherapeut verschil kan maken.

Eclectisch
‘Gelukkig’ zit ik nu in het tweede jaar en is mijn identiteitscrisis iets meer tot rust gekomen. Ik geloof dat er heel veel kan. Ik schrijf de cognitieve gedragstherapie niet af. Ik verwelkom een meer brede visie op de ontwikkeling van een persoonlijkheid. Het voelt bevrijdend dat ik langer ‘mag’ behandelen. Ik zou het een en ander graag willen integreren. Gelukkig bestaat de term ‘eclectisch’. Maar hoe dan? En wat van dit alles past uiteindelijk het beste bij mij als persoon? Dat is een vraagstuk dat voorlopig nog wel even, zo niet altijd, in ontwikkeling mag blijven.

Maud Molhoek is gz-psycholoog, in opleiding tot psychotherapeut

 



« Terug naar overzicht