Wachtwoord vergeten

Blog bericht

Nel Draijer 04-12-2018 Auteur: Nel Draijer

Dag lieve NVP!

Ruim acht jaar geleden werd ik door de toenmalige voorzitter Paul Lamers, gevraagd om bestuurslid te worden van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie. Ik moet bekennen dat ik de vereniging niet kende en er geen lid van was. Wel wist ik dat 'voor mijn tijd' de erkenning van je beroep als psychotherapeut verliep via de NVP. Ik was psychotherapeut BIG en KP. Ik was dus van na die tijd en had eigenlijk geen idee waar ik in terecht kwam. Toch besloot ik op het verzoek in te gaan omdat de psychotherapie mij zeer dierbaar was: ik werkte als behandelaar bij de afdeling 'persoonsgericht' bij een ggz-instelling en was daar praktijkopleider KP en PT en universitair hoofddocent bij de vakgroep psychiatrie. Ik leidde arts-assistenten psychiatrie op - dat doe ik trouwens nog steeds - en superviseerde hun psychodynamische psychotherapieën, gaf het cursorisch onderwijs daarin en deed psychotherapieonderzoek.

Het duurde zeker een jaar zo niet langer voor ik in de gaten kreeg welke dossiers belangrijk waren, wat de belangrijkste spelers in het veld waren, hoe vertakt onze relaties binnen de ggz waren en welke kant het op ging met de psychotherapie. Dat laatste was een grote schok. Over de afgelopen jaren hebben we de kwalitatief goede psychotherapie voor de complexe patiënten, veelal mensen met persoonlijkheidsproblemen en traumatisch ervaringen in de voorgeschiedenis, steeds verder onder druk zien komen te staan. De NVP als beroepsorganisatie had ten onrechte geen plek weten te verwerven 'aan tafel' bij de minister van VWS en doordat we geen partij waren bij het Bestuurlijk Akkoord, waren we telkens afhankelijk van andere partijen om ervoor te zorgen de belangen van de complexe patiënten en de psychotherapeuten te behartigen. Dat was en is ronduit inefficiënt en terugkerend frustrerend.

Toen bij de bestuurswisseling van 2013 het balletje bij mij stil bleef liggen en ik de verantwoordelijkheid als voorzitter aanvaarde, drukte die zwaar. Ik droomde die eerste nacht, dat ik zwanger was van een man die ik niet kende: ik had een verantwoordelijkheid 'binnen' gekregen en ik was er zeer van doordrongen dat ik die tot een goed einde moest brengen. Het moest anders worden. We moesten veel opener, meer naar buiten gericht zijn, ons verbinden met andere beroepsorganisaties en specialistische verenigingen, met alle geledingen binnen de vereniging, met de opleiders Psychotherapie. De druk van het geld en de marktwerking dreef de beroepsorganisaties uit elkaar; ze beconcurreerden elkaar. Krankzinnig, als je bedenkt dat het om geestelijke gezondheidszorg gaat. Samenwerking en verbinding was dringend noodzakelijk, zowel intern als extern. En het eerste wat we als nieuw bestuur instelden was de nu jaarlijks terugkerende 'Informatie en Inspiratiedag' voor alle actieve leden om op de hoogte te blijven van de belangrijkste dossiers en ontwikkelingen. Het moest duidelijk zijn waar de NVP voor staat en waarom het nuttig is er lid van te zijn.

Gelukkig hadden we een geweldig team van gepassioneerde behandelaars als bestuur, een fantastische groep bij elkaar zonder wie het niet gelukt zou zijn te bereiken wat we de afgelopen vijf jaar hebben bereikt[i]. Anders dan toen we begonnen, hebben we nu een vereniging die weer toeneemt in ledental, een vereniging die kwalitatief goede psychotherapie nastreeft en bevordert, een vereniging voor alle beroepsgroepen die daartoe breed zijn opgeleid, die meer kunnen dan protocollaire behandelingen uitvoeren, maar die kunnen schakelen en afhankelijk van de problematiek de beste benadering bieden, hetzij cognitief gedragsmatig, hetzij psychodynamisch, hetzij systemisch of middels groepstherapie. Die kortom zijn opgeleid om met complexe, soms moeilijke, beschadigde mensen een goede behandelrelatie op te bouwen. De vereniging heeft daarom haar deuren opengezet voor psychotherapeuten, klinisch psychologen én psychiaters, ook als de laatsten niet BIG- geregistreerd psychotherapeut zijn, en heeft voor hen een kwaliteitsregister opgericht waarin ze hun verworven competenties kunnen registreren. Naast het supervisorenregister hebben we een leertherapeutenregister opgericht. De commissie beroepsethiek heeft een nieuwe beroepscode geschreven en de Generieke Module Psychotherapie is deze periode ook tot stand gekomen.

We hebben dus gezamenlijk heel hard gewerkt om maatstaven voor 'kwaliteit' neer te zetten. We hebben de hoofdopleiders verzocht om meer diagnostiek in de PT opleiding. We hebben een Wetenschapsraad opgericht die assisteert bij de commentaren op zorgstandaarden en we zijn een hechte verbintenis aangegaan met het Tijdschrift voor Psychotherapie - met als doel om psychotherapeuten, klinisch psychologen en psychiaters goed te informeren over het wetenschappelijk onderzoek naar psychotherapie. Want de vereniging moet verwetenschappelijken. We traden toe tot de FGZPt, de federatie die de P-opleidingen reguleert. En uiteindelijk hebben we ook nog eens op verzoek van de IFP het Wereld Congres Psychotherapie georganiseerd. Ik wil de vele experts met wie we dit laatste samen hebben gedaan heel hartelijk bedanken!

Naast al deze kwaliteitsverbeteringen hebben we met elkaar ons best gedaan om de positie van de psychotherapeut weer op de kaart te krijgen als specialistisch opgeleide behandelaar. We willen af van de 'weeffout' die er met de psychotherapeut als artikel 3-beroep is ingeslopen. Die positie klopt niet, deugt niet en brengt schade aan de psychotherapeut én de psychotherapie. Die fout moet hersteld worden juist ten behoeve van de complexe patiënten, omdat het risico bestaat dat de artikel 3-psychotherapeut in het huidige kwaliteitsstatuut gemarginaliseerd wordt binnen de instellingen en de instellingen verlaat, op zoek naar een kwalitatief betere beroepsuitoefening. Daarmee komen de complexe patiënten in de kou te staan en worden behandeld door mensen die daar niet de opleiding voor hebben gehad zoals pas afgestudeerde psychologen en GZ-psychologen. We hebben zeer behoedzaam geopereerd in deze route richting artikel 14, want het is duidelijk dat deze verandering niet alleen voor de psychotherapeut gevolgen zal hebben maar ook voor de GZ-psycholoog en de klinisch psycholoog. De NVP is weliswaar de drager van het probleem, maar kan dit alleen niet oplossen. Daarom werken we hecht samen met de andere beroepsorganisaties, NVGzP en P3NL, die hierbij betrokken zijn.

Het zijn de budgetbeperkingen waartoe we als samenleving hebben besloten, die in combinatie met de marktwerking de kwaliteit van de ggz volledig ondermijnen. Twee jaar geleden illustreerde ik dat op De Dag van de Psychotherapie met een filmpje van afbrokkelende ijsbergen: het gaat heel geleidelijk, maar gestaag en het heeft vergaande gevolgen. Ik kan het gepraat over 'kwaliteit' door overheid en zorgverzekeraars nauwelijks meer horen, want het gaat in feite over geld en heeft met kwaliteit weinig te maken.

Bovenstaande is maar een fractie van wat we als ploeg de afgelopen vijf jaar hebben gedaan, maar ik wil vooral benadrukken dat we dat met ons vijven tot stand hebben gebracht: heftig discussiërend op elke eerste dinsdag van de maand in Utrecht, en naar buiten toe als een volstrekt eensgezind en strijdbaar team. Ik ben mijn medebestuursleden daar heel erkentelijk voor. Het was een voorrecht en genoegen om dat bestuur, met z'n heldere verstand en onvermoeibare energie, voor te mogen zitten. Ik heb dat voorzitterschap al eens vergeleken met het besturen van een zeewaardig jacht voor de wind met de spinnaker op, een enorme druk op je roer, maar met een kolossale kracht vooruit.

Maar al deze gebundelde energie had natuurlijk geen enkel effect gehad als we niet een zeer competent bureau[ii] achter ons hadden gehad dat alle ideeën uitvoerde. Wat heb ik van jullie allen genoten en wat ben ik jullie dankbaar voor jullie betrouwbare inzet.

En ten slotte waren daar de commissies en de leden van de ledenraad die ons beleid op de voet volgden en voor ons het klankbord waren voor wat wij hadden bedacht als wenselijk beleid. Heel erg hartelijke dank voor jullie inspanningen!

Ik heb erg veel kunnen leren in de afgelopen vijf jaar. Natuurlijk had ik een idee van wenselijk leiderschap: een leiderschap dat verbindt en recht doet aan de inspanningen en meningen van de leden van het bestuur, het bureau, de ledenraad en de vereniging. Maar ik had ook een dienend leiderschap voor ogen, dat alleen recht van bestaan heeft door de belangen van het geheel te dienen. Ik hoop dat dat een beetje gelukt is. Naar buiten ben ik ook wel eens te fel  geweest en mijn bestuur hield dan z'n hart vast. Maar ik heb naar mijn beste kunnen 'de baby'  beschermd en gekoesterd en heb mij daarbij altijd gesteund gevoeld door de groep mensen die ik hierboven heb beschreven. We hebben een fijne, energieke en lieve vereniging. We verdedigen een groot goed. Veel succes, Kirsten, veel succes nieuw bestuur!

Het ga jullie goed, lieve NVP.

 

 

[i] Ons team: Pieter Coppoolse, mijn maatje uit het vorige bestuur, was penningmeester en deed dat onberispelijk. Ik vroeg Theo Ingenhoven, een psychiater die ik op een persoonlijkheidsstoornissen congres in Kopenhagen tegenkwam, of hij mee wilde doen. Dat was een gouden greep want hij combineert kennis vanuit de (klinische) psychiatrie met die vanuit de psychotherapie en is bovendien wetenschapper. Hij was de verbinding met de Afdeling Psychotherapie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Psychiaters maken een groot deel van onze leden uit en de psychotherapie door psychiaters heeft in deze tijd bescherming nodig. Theo heeft bijzonder veel bijgedragen aan onze commentaren op de zorgstandaarden. Hij participeerde, net als ikzelf, in de Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen. Daarnaast kwamen Kirsten Hauber en Annemieke Noteboom in het bestuur. De eerste een psychotherapeut, manager Zorg van de Jutters, met veel verstand van beleid, strategie vooral en onderzoek, en Annemieke, klinisch psycholoog en net als Kirsten afdelingsmanager en behandelaar van persoonlijkheidsproblematiek. Na een paar jaar moest zij helaas om persoonlijke redenen stoppen en vroegen we Gert-Jan Lind om haar te vervangen; hij is dubbel opgeleid als psychotherapeut en als organisatiedeskundige. Kirsten heeft zich niet alleen ingespannen bij de ontwikkeling van de registers, maar speelde bestuurlijk ook een belangrijke rol in  de totstandkoming van de Generieke Module Psychotherapie.

[ii] Ons bureau: allereerst onze directeur, Astrid Nolet, die in een goede afstemming en zorgzaamheid met de bureaumedewerkers opereert, die consciëntieus vorm geeft aan wat wij als bestuur bedenken, loyaal en zeer ondersteunend. Zonder haar had het allemaal niet gekund. Dank je wel, Astrid!  Dan de afzonderlijke bureaumedewerkers die allen zo goed uit de verf kwamen en zo hard gewerkt hebben de afgelopen vijf jaar: Renee van Rijsewijk, nu met pensioen helaas, die alle vergaderingen en afspraken regelde, notuleerde, en alle belangrijke contacten kende; Monique Hoogland, die de financiën voortreffelijk onder controle heeft en o.a. ook nog het Tijdschrift voor Psychotherapie erbij doet; Narda Berendse met haar goede oog en secure verstand voor de PR en de site en organisator van de Dag van de Psychotherapie; en Monique Buitenhuis die altijd alles weet over de geschiedenis, de wetgeving, de reglementen, de opleidingen, kortom die onmisbaar blijkt bij onze route richting artikel 14.

 



« Terug naar overzicht