Wachtwoord vergeten

Blog bericht

Willem Heuves 06-09-2018 Auteur: Willem Heuves

Een wonderlijke discussie

De voorstellen van zorgverzekeraar Menzis hebben de nodige beroering gewekt. De meningen lopen erg uiteen over het voorstel om behandelingen van angst en depressie te vergoeden op basis van behaalde resultaten. Variërend van ‘begrijpelijk’ (hoogleraar psychotherapie P. Cuypers) tot ‘zeer gevaarlijk’ (hoogleraar psychiatrie D. Denys) wordt ook de verdeeldheid in het beroepsveld van de psychotherapie duidelijk en misschien zelfs aangewakkerd. Wat naar mijn idee in de discussie achterwege blijft, is het ter discussie stellen van het robuuste wantrouwen van sommige zorgverzekeraars over de kwaliteit van de psychotherapie. Telkens wordt in voorstellen en discussies de indruk gewekt, dat de kosten voor psychotherapie exploderen, de effectiviteit onvoldoende wordt gewaarborgd en dat de beroepsgroep niet in staat is om in eigen huis orde op zaken te stellen.

Uit betrouwbare cijfers (bijvoorbeeld: Zorgwijzer VEKTIS 2017, CBS en vele meta-analyses van wetenschappelijk onderzoek) komt echter een geheel ander beeld van psychotherapie naar voren. De kosten voor de ggz in Nederland beslaan al jaar en dag ongeveer 7% van de totale uitgaven voor gezondheidszorg. Van die 7% wordt minder dan de helft besteed aan ambulante ggz, waar psychotherapie onder valt. Psychotherapie is dus een klein onderdeel van de totale uitgaven in de gezondheidszorg en de grote aandacht voor deze kosten staat in schril contrast met de omvang daarvan. Bovendien worden zowel proces als resultaten van psychotherapie al decennialang zowel nationaal als internationaal wetenschappelijk onderzocht. Psychotherapie behoort daarmee tot een van de best onderzochte onderdelen van de geestelijke gezondheidszorg.

Hoewel nog veel onbekend is over werkzame factoren in psychotherapie en we ook nog veel níet weten over oorzaken en verloop van psychische stoornissen, kan toch op basis van goed wetenschappelijk onderzoek telkens weer dezelfde conclusie worden getrokken, namelijk: dat kortdurende psychotherapie echt werkt en dat langerdurende psychotherapie (mits correct geïndiceerd) nóg beter werkt. Een niet onbelangrijke uitkomst van het onderzoek is ook dat psychotherapie de samenleving veel besparing oplevert door minder uitgaven aan andere medische kosten en sociale voorzieningen. Psychotherapie is dus ook nog heel kosteneffectief voor de samenleving. Een conservatieve schatting is, dat elke euro die de samenleving investeert in psychotherapie ongeveer 5 euro oplevert. De overheid zou er goed aan doen om psychotherapie te promoten in de samenleving. De huisarts zou enthousiast moeten verwijzen en de zorgverzekeraar zou haar verzekerden vaker moeten wijzen op de mogelijkheid van psychotherapie.

De administratieve rompslomp, die is ontstaan door de overbodige en op wantrouwen gebaseerde controle- en regelzucht, heeft een aantal zeer negatieve effecten. De verschillende beroepsverenigingen, bijvoorbeeld de LVVP heeft daar al veel over gepubliceerd en nuttige voorstellen gedaan. Er is nog weinig aandacht voor de recente ontwikkeling, dat in veel grote ggz- instellingen steeds vaker de goed opgeleide psychotherapeut, klinisch psycholoog en psychiater uit het behandelcircuit is verdwenen, omdat mede door de administratieve werkdruk, die gespecialiseerde zorg te duur geworden is.

Vouwen we de cijfers van de ambulante ggz open (zie Zorgwijzer VEKTIS 2017), dan valt op dat een steeds groter deel van de behandelingen in de ambulante ggz niet door psychotherapeuten wordt gedaan, maar door basispsychologen en gz-psychologen (vaak onder minimale supervisie van psychotherapeuten). Net zoals in veel andere sectoren van de gezondheidszorg is er steeds minder tijd voor zorgvuldige diagnostiek en behandeling op maat. Het recente gegeven, dat veel patienten in ggz-instellingen geen juiste diagnose hebben, is daarvan het directe gevolg. Dat leidt in de praktijk tot zowel over- als onderbehandeling en draaideureffecten.

In mijn praktijk als opleider en supervisor neem ik steeds vaker waar, dat onervaren en (nog) niet-opgeleide psychologen in hun werk patiënten met complexe stoornissen en ernstige persoonlijkheidsproblematiek behandelen. Niet alleen de kwaliteit van de gespecialiseerde psychotherapie wordt daardoor ernstig bedreigd, maar ook de professionele vorming van een grote groep toekomstige collega’s wordt daardoor ontmoedigd en ondermijnd. De schaalvergroting in de ggz heeft de kwaliteit van de psychotherapie geen goed gedaan.

De tot cynisme leidende conclusie kan worden getrokken, dat de controle- en regelpraktijk van de zorgverzekeraar precies belemmert wat ermee bereikt zou moeten worden: een betere zorg. Een positievere conclusie is, dat psychotherapie een effectief instrument is om het welzijn in de samenleving te bevorderen en voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn.

Overheid en zorgverzekeraars doen er goed aan om psychotherapie te bevorderen. Die psychotherapie dient dan wel dichtbij de mensen te worden georganiseerd in kleinschalige praktijken en worden uitgevoerd door goed opgeleide psychotherapeuten, die in hun eigen beroepsverenigingen de kwaliteit van hun werk waarborgen. De zorgverzekeraar dient zich te onthouden van elke inhoudelijke bemoeienis met het vak en slechts de belemmeringen om in psychotherapie te gaan weg te nemen door laagdrempeligheid en kleinschaligheid in psychotherapie te bevorderen, omzetplafonds af te schaffen en de vergoedingen voor psychotherapeuten te verhogen, waardoor het vak weer aantrekkelijk gemaakt wordt voor talentvolle jonge collega’s die nu begrijpelijk hun werkterrein verleggen naar activiteiten zonder administratief juk en met veel hoger inkomen, zoals coaching en mediation.

(deze tekst verscheen ook op LinkedIn)



« Terug naar overzicht