Wachtwoord vergeten

Uitspraak (1) van de maand januari

Uitspraak (1) van de maand januari 14-01-2019

In de rubriek: 'de uitspraak van de maand' geven we een samenvatting van een zaak die recent of al wat langer geleden door het tuchtcollege is behandeld. U kunt deze zaken bijvoorbeeld gebruiken bij intervisie of zelf uw kennis van beroepsethiek op een bepaald gebied vergroten. Het gaat in deze zaak om het volgende. Klager is in de periode 2010/2011 individueel in behandeling geweest bij de instelling waar verweerster in 2013 werkzaam was als leidinggevende van de afdeling persoonlijkheidsstoornissen. Van 15 februari 2012 tot 1 december 2012 hebben klager en zijn inmiddels ex-vrouw relatietherapie gehad bij de instelling. In 2013 was de ex-vrouw van klager (hierna: ‘de ex-vrouw’) nog bij de instelling onder behandeling in verband met haar borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Enkele dagen voor 3 april 2013 hebben klager en zijn ex-vrouw te horen gekregen dat hun dochter van achttien terminaal ziek was. Haar levensverwachting was op dat moment twee tot zes maanden. De dochter wilde in deze laatste maanden door klager worden begeleid.

Op 3 april 2013 waren de escalaties binnen het gezin buiten proportie. Die dag had de ex-vrouw een afspraak met haar therapeute (sociaal psychiatrisch verpleegkundige). Klager en de ex-vrouw hadden afgesproken dat klager mee zou gaan, maar de ex-vrouw heeft zich bedacht. Klager is zijn vrouw nagereisd naar de instelling. Toen klager deze therapeute vroeg om hulp om de zaak te de-escaleren, eventueel door het vertrek van zijn ex-vrouw uit hun huis, wilde zij niet met klager in gesprek gaan en heeft zij hem verwezen naar de huisarts voor een verwijsbrief.

Klager is daar niet mee akkoord gegaan aangezien de wachttijd voor een intake op dat moment meer dan twee maanden bedroeg en heeft aangegeven de leidinggevende van de therapeute, te weten verweerster, te willen spreken. Klager heeft daarbij duidelijk gemaakt dat hij het gebouw niet zou verlaten voordat hij de kans had gekregen om zijn hulpvraag te stellen.

Verweerster heeft klager daarop gedurende tien minuten te woord gestaan en heeft voorgesteld om de volgende dag een gesprek te hebben met iemand van het Veiligheidshuis erbij. Zij heeft vervolgens in aanwezigheid van klager contact opgenomen met het Veiligheidshuis te [D].

Op 4 april 2013 vond een gesprek plaats met klager, verweerster, een medewerker van het Veiligheidshuis, de ex-vrouw en haar therapeute. Na enkele minuten verbleven de ex-vrouw en haar therapeute in een andere kamer. Besloten werd dat de ex-vrouw bij de moeder van klager zou gaan wonen.

Op 4 april 2013 is voor verweerster en de medewerker van het Veiligheidshuis duidelijk geworden dat gezien de woonplaats van klager en zijn gezin het Veiligheidshuis uit een andere regio had moeten worden ingeschakeld.

Klager heeft verschillende klachten ingediend bij de klachtencommissie van de instelling. De klachtencommissie heeft deze klachten gedeeltelijk gegrond verklaard.

3. Het standpunt van klager en de klacht

Klager verwijt verweerster:

1.     het weigeren van hulp;
2.     dat zij tijdens en na het gesprek met klager hem demoniseerde met opmerkingen over agressie;
3.     dat zij niet heeft verteld dat zij het verkeerde veiligheidshuis had ingeschakeld;
4.     dat zij tijdens het gesprek beslissingen nam die de dochter van klager, zijn moeder en hemzelf ernstige schade toebrachten;
5.     zij in de mediationgesprekken, waarin klager om duidelijkheid vroeg, heeft gelogen.

Beslissing
College beoordeelt klachtonderdeel 1 gegrond, andere klachtonderdelen ongegrond. De verweerster merkte dat klager emotioneel aan plafond zat, wist van situatie klager, ex-vrouw en hun dochter. Verweerster had niet mogen volstaan met afspraak voor volgende dag en heeft de feitelijke hulpvraag gemist en klager hulp ontzegd die hij nodig had. Verweerster heeft klager niet agressief genoemd.
Uitspraak: Waarschuwing.
Datum uitspraak: 17-07-2017 (Regionaal  Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven).
Lees hier de uitspraak

Beroepscode
Bij de beoordeling van klachten wordt door de Regionale Tuchtcolleges en het Centraal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg dikwijls ook de Beroepscode voor psychotherapeuten betrokken. Voor iedere psychotherapeut geldt dat hij kennis dient te hebben van en zijn handelen afstemt op deze code én de actuele wet- en regelgeving.

Alle uitspraken uit deze rubriek zijn terug te vinden op onze website. Hier staan ook uitspraken die door onze eigen klachtencommissie zijn behandeld.

 



« Terug naar overzicht